Veel Belgische wintersporters zijn nauwelijks op de hoogte van de wetgeving op de piste. Zo geeft een groot deel van de skifanatici aan nog nooit van de FIS-pisteregels gehoord te hebben. Bij een ernstig ski-ongeluk word je nochtans met de keiharde wetgeving van het wintersportland geconfronteerd.

Gepubliceerd op
Gepubliceerd door
Hugo Thonnon
4 minuten

Elk jaar gebeuren er veel ongelukken op de skipistes. De gipsvlucht en reisverzekering zijn gekende begrippen, maar de wetgeving behoort allerminst tot de parate kennis.

Veroorzaak je een ski-ongeluk? Dan kan je daarvoor genadeloos gestraft worden, zeker als de Alpinepolitie erbij gehaald wordt. De boetes en claims kunnen dan immers flink oplopen, en al helemaal als je voor de rechter moet verschijnen. Als er in het ergste geval iemand overlijdt, kan zelfs ‘nalatigheid’ of ‘dood door schuld’ ten laste worden gelegd …

Om het risico op ongelukken in te dijken, stelde de Fédération Internationale de Ski — de overkoepelende skibond — 10 duidelijke regels op. Eén van de regels op de piste is dat degene die voor je skiet altijd voorrang heeft. Ook als hij of zij plotseling een gekke beweging maakt. Daarnaast zijn er nog een aantal andere regels.

Alle wintersporters zijn verplicht zich aan deze regels te houden. Geraak je betrokken in een ongeluk en kan aangetoond worden dat je één van de regels schond, dan kan je strafrechtlijk vervolgd worden.

Voor je op vakantie vertrekt, raden we je dus aan deze FIS-pisteregels een keertje in te oefenen.

De 10 FIS-pisteregels

  1. Houd rekening met anderen — iedere wintersporter dient tijdens het skiën of snowboarden met de andere mensen op de piste rekening houden. Breng andere wintersporters niet in gevaar en veroorzaak geen schade aan de infrastructuur.
  2. Beheers je snelheid en skistijl — alle skiërs en snowboarders moeten te allen tijde op tijd kunnen stoppen of uitwijken. Pas daarom je snelheid en skistijl aan op de toestand van de pistes, de weersomstandigheden, de drukte en je eigen vaardigheid.
  3. Kies een veilig spoor — skiërs en snowboarders die van boven komen, moeten hun spoor veilig kiezen. Dat betekent dat ze hiermee geen andere wintersporters in gevaar brengen.
  4. Haal voorzichtig in — je mag zowel links als rechts andere mensen inhalen, op voorwaarde dat je de ander hiermee niet in gevaar brengt. Hou dus voldoende afstand, zodat degene die je inhaalt niet wordt belemmerd.
  5. Kijk uit bij oversteken en invoegen — mocht je na een stop verder willen skiën of een piste dwarsen, breng dan geen anderen in gevaar. Kijk dus goed in alle richtingen of het veilig is om weer verder te gaan of over te steken of terug in te voegen.
  6. Sta niet stil op een onveilige plek — om te voorkomen dat er opstoppingen of gevaarlijke situaties ontstaan, is het van groot belang dat je een juiste plek kiest om even halt te houden. Doe dit dus niet op een smalle piste of een nauw pad. Ook in of vlak na bochtigere zones sta je best niet stil.
  7. Klimmen en lopen aan de zijkant van de piste — als je omhoog of omlaag wilt lopen over de piste, dien je dit aan de zijkant van de piste te doen. Dit geldt zowel voor wandelaars als toerskiërs. Ook skiërs of snowboarders die te voet verder gaan, moeten dit aan de zijkant van de piste doen.
  8. Hou de borden in de gaten — elke skiër dient de aangebrachte markeringen en de ingeplante borden in acht te nemen.
  9. Verleen hulp bij een ongeluk — in het geval van een ongeluk is iedereen verplicht hulp te verlenen. Zie je dus een ongeluk gebeuren en kan je erheen, ga dan altijd even vragen of je hulp kan bieden.
  10. Heb altijd een legitimatiebewijs op zak — bij een ongeval moet iedereen zijn identiteit bekend kunnen maken, ongeacht de verantwoordelijkheid. Dit geldt eveneens voor getuigen en slachtoffers.

Let op — naast deze vaste pisteregels lijsten sommige gebieden ook nog eigen regels op. Deze worden vaak aangegeven bij het begin van een skilift of worden aan de liftpalen geafficheerd.

Gratis advies?

Of gebruik ons contactformulier.