Wie zich niet aan die code houdt, kan niet alleen andere wintersporters in gevaar brengen, maar bij een ongeval ook burgerlijk, en soms zelfs strafrechtelijk, aansprakelijk worden gesteld. Lees hoe de voorrang op de piste werkt, wat de belangrijkste FIS-regels zijn en wat je moet doen als er toch een botsing of valpartij gebeurt.
De basis — de 10 FIS-regels in mensentaal
De FIS-regels zijn geen ‘wetboek’, maar wel de internationale standaard voor veilig gedrag op de piste. Rechters, verzekeraars en politierechters gebruiken ze als referentie om te beoordelen of iemand zorgvuldig heeft gehandeld.
In het kort komt het hierop neer.
- Respecteer anderen — je mag nooit skiën of snowboarden op een manier die anderen in gevaar brengt of benadeelt. Dat is de absolute basisregel.
- Beheers je snelheid — je past je snelheid en bochtenwerk aan je eigen kunnen én aan de omstandigheden aan. Denk daarbij aan de steilte van de helling, de drukte op de piste, het zicht, de sneeuwsoort, het weer, … Te snel skiën in drukke of slecht zichtbare stukken wordt al snel gezien als onzorgvuldig gedrag of zelfs grove nalatigheid.
- Wie lager op de piste skiet, heeft voorrang — kom jij van boven? Dan kies jij je lijn zó dat je de personen onder jou niet in gevaar brengt. De voorste skiër ‘bepaalt’ dus in grote mate de lijn en de achterste moet daarop anticiperen.
- Inhalen mag, maar met ruime marge — inhalen kan links, rechts, boven of onder, zolang je voldoende ruimte laat voor onverwachte bewegingen van de andere skiër. Denk daarbij aan uitglijden, plots remmen, een bocht inzetten, …).
- Starten, invoegen en kruisen — eerst kijken! Als je opnieuw vertrekt na een stop, een piste kruist of vanuit een zijpiste invoegt, moet je eerst naar boven én naar beneden kijken en alleen vertrekken als het veilig kan. Hier ligt de zorgplicht dus in hoofdzaak bij wie invoegt.
- Stilstaan en klimmen — aan de rand. Stilstaan doe je niet in smalle passages of net onder een bult waar je onzichtbaar bent. Moet je toch stoppen of te voet afdalen of klimmen, blijf dan aan de zijkant van de piste.
- Respecteer borden en markeringen — omleidingen, gesloten pistes, snelheidsbeperkingen, waarschuwingen voor ijsplaten of kruisingen … Ze zijn er niet voor niets!
- Hulp en identificatie bij een ongeval — iedereen is verplicht hulp te bieden bij een ongeval en naam en contactgegevens uit te wisselen, ook getuigen.
Lees verder onder de afbeelding …
Hoe zit het met voorrang op de piste?
De theorie is één ding, op de piste gaat het om herkenbare situaties. Dit zijn de belangrijkste ‘voorrangsmomenten’.
- Skiër boven versus skiër beneden — de skiër lager op de piste heeft voorrang. Hij of zij ziet jou meestal niet aankomen. Jij kiest als ‘bovenste’ skiër een lijn die ruim om de andere heen gaat. Bots je toch op iemand onder jou, dan wordt in veel gevallen gekeken of je de derde FIS-regel 3 — de keuze van de route — hebt geschonden.
- Inhalen — inhalen mag langs alle kanten, maar altijd met voldoende afstand. Houd rekening met beginners, kinderen en snowboarders. Die hebben veelal een ‘blind spot’ aan de achterzijde. Raak je iemand bij het inhalen, dan wordt vaak geoordeeld dat je onvoldoende veiligheidsafstand liet.
- Kruispunten en samenkomende pistes — wie een andere piste op rijdt, moet voorrang geven. Bij kruisingen hanteert men vaak het principe van de voorrang van rechts. Tenzij lokale borden of markering iets anders aangeven.
- Stilstaan en weer vertrekken — stop zoveel mogelijk aan de zijkant, niet midden op de piste of net onder een knik. Val je in een blind stuk, probeer dan zo snel mogelijk naar de rand te schuiven. Bij opnieuw vertrekken moet jij controleren of de baan vrij is — niet omgekeerd.
- Beginners en kinderen — FIS-regels gelden voor iedereen, maar in de praktijk wordt van ervaren skiërs extra voorzichtigheid verwacht ten opzichte van beginners en kinderen. Courts houden bij schuldverdeling rekening met leeftijd en niveau.
Wat als het toch misgaat? Gedrag en aansprakelijkheid bij een ongeval
Er geldt een zekere hulpverplichting. Stop altijd als je bij een ongeval betrokken bent of getuige bent geweest. Zorg eerst voor veiligheid — markeer de plaats met bijvoorbeeld een kruis met ski’s of stuur iemand de helling op om het aankomende verkeer te waarschuwen. Verwittig de pistewacht of het noodnummer van het skigebied.
Maak ook werk van gegevensuitwisseling. Noteer namen, telefoonnummers, adresgegevens en indien mogelijk het skipasnummer of de naam van het hotel van alle betrokkenen en getuigen. Maak foto’s van de situatie, de sporen in de sneeuw, weersomstandigheden en eventuele borden in de buurt. Dat helpt later bij discussie over de toedracht.
De FIS-regels zijn geen wet, maar worden door rechtbanken gebruikt als maatstaf voor zorgvuldig gedrag. Wie een of meerdere regels duidelijk schendt, loopt een groot risico om (mede) aansprakelijk te worden verklaard. Vaak wordt de schuld verdeeld. Zo kan te snel inhalen (fout A) én onverwacht dwars oversteken zonder kijken (fout B) leiden tot gedeelde aansprakelijkheid.
Skiën met (veel) alcohol op wordt door verzekeraars vaak beschouwd als grove nalatigheid. In dat geval kunnen ze een deel van de schadevergoeding weigeren of verhalen op de veroorzaker.
Hoe zit het met je verzekering?
Bij een piste-ongeval speelt meestal twee soorten verzekering.
- Je familiale BA-verzekering dekt de schade die jij per ongeluk aan anderen veroorzaakt, ook in het buitenland. Denk hierbij aan lichamelijke letsels of materiële schade. De voorwaarde is wel dat je niet bewust roekeloos handelde.
- Je reis- en skiverzekering kan tussenkomen voor medische kosten, repatriëring, reddingskosten en soms ook juridische bijstand na een ongeval. Vaak zijn off-piste-actvitieiten of extreme sporten apart geregeld.
Belangrijk — overtreding van de FIS-regels of skiën onder invloed kan door verzekeraars worden aangegrepen om eigen schuld of grove nalatigheid in te roepen. Je bent dan mogelijk zelf (mee) opdraaien voor de kosten.
Praktische tips om veilig én met voorrang te skiën
- Ski defensief. Ga er nooit van uit dat anderen jou wel gezien hebben.
- Kijk vóór elke start of kruising expliciet naar boven én beneden.
- Pas je snelheid aan op drukke, smalle of slecht zichtbare stukken.
- Haal alleen in als je ruim zicht hebt en voldoende afstand kan houden.
- Stop niet in een blinde passage — onder een bult, in een smalle corridor, …
- Leer je kinderen de eenvoudige versie van de FIS-regels. Veel skischolen gebruiken ze expliciet in de les.
- Draag altijd een helm én, zeker bij hogere snelheden, beschermingsmateriaal zoals een rugbeschermer.
- Neem bij een ongeval altijd de tijd om gegevens uit te wisselen, ook als de schade op het eerste gezicht meevalt.