Volgens een Frans onderzoek is meer dan 50 procent van de door skiërs zelf ingestelde skibindingen verkeerd afgesteld. Hogere wiskunde is het echter niet. Tijd voor enkele opfrissers.

Gepubliceerd op
Gepubliceerd door
Hugo Thonnon
7 minuten

Beginnende skiërs horen al jarenlang bij die groep van wintersporters met de grootste kans op knie- en beenletsels. Veel bindingen staan ‘te zwaar afgesteld’, en dan vooral bij de dames. Een goed afgestelde binding klikt uit als de kracht op je been — en daarmee je knie — te sterk toeneemt. Zo wordt je been bij een val of een verkeerde beweging tegen botbreuken beschermd. En ook de kans op knieletsels daalt zienderogen.

In een onderzoek dat de Franse vereniging van bergartsen — de Médecins de Montagne — en het bekende skimerk Salomon voerden, werd duidelijk dat knieletsel bij een valbeurt in 82 procent van de gevallen werd veroorzaakt door een binding die niet of laattijdig uitklikte. Maar let op — zelfs de meest moderne skibindingen kunnen niet alle schadelijke bewegingen filteren!

Losser, dan maar?

Bij getrainde en sterke skiërs mag de ski natuurlijk later uitklikken dan bij beginnende enthousiastelingen. Maar bindingen gewoonweg wat losser draaien, heeft echt geen zin. Losschietende ski’s veroorzaken immers ook valpartijen, met blessures als gevolg. Een binding moet met andere woorden dus ‘precies goed’ zijn afgesteld.

Hoe werkt het?

Het systeem is eigenlijk even eenvoudig als geniaal. Een grote veer in de ‘achterbak’ en één of meerdere veren in de ‘voorbak’ van de binding houden de skischoen op de ski. Wanneer beide veren perfect worden afgesteld, is de spanning erop hoog genoeg om de schoen in een stevige greep te houden én laag genoeg om skischoen te laten losklikken als de krachten te hard toenemen.

Daarom is het in eerste instantie belangrijk dat de binding op de juiste zoollengte staat ingesteld. In sommige gevallen volstaat het om de cijferindicatie op de binding en de schoenzool te volgen, maar vaak moet je dit aan de hand van speciale markeringen op de bindingen afleiden.

Het wordt nog ingewikkelder wanneer je ook de voorvleugels van de voorbak kan afstellen of de hoogte van deze bak vrij kan inregelen. Vooral in het hogere freeridesegment kom je deze mogelijkheden tegen. Het simpelweg vastklikken van de schoen biedt allerminst een garantie op een correct afgestelde binding.

De uitwerpwaarde of DIN-waarde

Dat brengt ons bij de zogenaamde DIN-waarde. Eigenlijk is deze naam niet goed gekozen. DIN staat immers voor Deutsches Institut für Normung. Heeft men het over de DIN-waarde van skibindingen, verwijst men eigenlijk gewoon naar het feit dat deze waarde genormeerd en gecertificeerd is. In theorie is er dus voor elke gegeven DIN-waarde evenveel kracht nodig om de schoen in de binding in beweging te krijgen.

Deze DIN-waarde stel je af door met een schroevendraaier of imbussleutel de voor- en achterbakveren strakker of losser te draaien. De eigenlijke uitwerpwaarde lees je via het venstertje op de binding af. Hoe hoger de DIN-waarde, des te strakker de veer waarmee de schoen op zijn plek gehouden wordt, en hoe meer kracht er nodig is om de schoen in beweging te krijgen.

Om de kans op ernstig beenletsel zo laag mogelijk te houden, stel je de DIN-waarde best niet te hoog in. Start steeds met de officiële waardes. Daarnaast is het belangrijk om je bindingen regelmatig te laten testen om te checken of de waarde op de binding met de werkelijke uitwerpwaarde overeenstemt. In principe stel je de voorbak en de achterbak op eenzelfde waarde in, tenzij je tijdens je tests vreemd uitwerpgedrag waarneemt. Ook kan ervaring met jouw specifieke bindingen afwijkende waardes mogelijk maken.

Elasticiteit — niet aan of uit

Wanneer er zoveel kracht op de veren wordt uitgeoefend en deze dus samengedrukt worden, dan zal de skischoen uit de binding losschieten. Maar bindingen hebben een bepaalde marge of ‘elasticiteit’. Dit kan — sterk! — tussen verschillende merken en modellen verschillen.

Concreet betekent dit dat de schoen bij krachttoename wat begint te bewegen, maar bijvoorbeeld niet meteen uitklikt. Dankzij die bindingselasticiteit zal je ski dus niet losschieten bij de eerste hobbel die je tegenkomt. Dit zorgt ook voor een zachtere ski-ervaring. Een binding met een hoge elasticiteit kan je ietsjes lager instellen dan hardere bindingen. Maar vergevorderde skiërs ervaren dit soms als storend, en ontwikkelen na een hele tijd dan ook eigen voorkeuren op het vlak van bindingen.

Normen maken geen onderscheid tussen mannen en vrouwen

Hoewel er meer mannen dan vrouwen op de ski’s staan (65 procent tegenover 35 procent volgens tellingen in Franse skigebieden), worden er in de Franse en Oostenrijkse skigebieden twee keer zoveel vrouwen met skigerelateerd knieletsel — veelal gescheurde kniebanden — behandeld. Dit komt volgens de Franse bergartsenvereniging omdat banden en pezen bij vrouwen soepeler zijn en hypermobiliteit vaker bij vrouwen voorkomt dan bij mannen.

In Frankrijk gebruikt men daarom al een geslachtsspecifieke norm. De gangbare ISO-11088-norm houdt immers geen rekening met sekseverschillen. Bindingsmerken als Rossignol, Salomon en Look werkten mee aan de ontwikkeling. Het onderzoek gebeurde in samenwerking met artsen, ingenieurs en instructeurs van ski- en berggidsopleidingen. Bij vergelijkbare lichaamsbouw en soortgelijk skiniveau krijgen worden vrouwen een lichtere instelling dan mannen toegewezen. Dit om de kans op (knie)letsel zo laag mogelijk te houden. Het resultaat van het onderzoek is eenvoudig — voor vrouwen verminder je de sekseneutrale ISO 11088-norm met 15 procent.

Je skibinding afstellen — hoe?

Hoe stel je je skibinding nu concreet perfect af? Een goed afgestelde skibinding houdt rekening met …

  • de zoollengte van de skischoen — hoe langer de zool, hoe lichter de instelling
  • het skiniveau — hoe gevorderder de skiër, hoe hoger de instelling. Hierbij geldt ook dat de DIN-waarde bij on-piste-skiën lager wordt ingesteld dan bij off-piste-avontuur.
  • het gewicht van de skiër — hoe zwaarder, hoe hoger de DIN-waarde.
  • de lengte van skiër.
  • het geslacht van de skiër.

Gelukkig moet je dit niet allemaal zelf uit te rekenen. Via deze tool kan je relatief eenvoudig de ideale DIN-waardes voor jouw skibindingen uitrekenen.

Wat als je binding ‘onterecht’ losklikt?

Bij een ‘redelijke’ skitechniek schiet een binding niet zomaar uit. Gebeurt dat toch, dan heeft dat vaak één van volgende oorzaken …

  • De skizoollengte is verkeerd afgesteld.
  • De skischoen is versleten.
  • De skischoen zit niet recht in de binding geklikt.
  • Er zat nog sneeuw onder de skischoen.

Maar het kan ook zijn dat een binding uitschiet wanneer deze z’n beschermende taak al ‘volbracht’. Je hoeft namelijk niet te vallen om een been te breken of kniebanden te scheuren.

Al bij al is het van belang om altijd met een zo laag mogelijke instelling te beginnen en de sterkte pas omhoog te schroeven bij veelvuldige ‘pre-releases’.

Let op — het probleem kan zich zowel in de voorbak als in de achterbak situeren. Schroef je waarden dan ook niet zomaar integraal omhoog, maar doe het in kleine stapjes.

Samenvattend

Voor een goede werking van de binding is het van belang dat je met àlle parameters rekening houdt. En dat is bij de ene binding aanzienlijk eenvoudiger dan bij de andere.

Wil je zeker zijn, kan je je bindingen laten testen op een testapparaat. BOSTHON Sport in Houthalen-Helchteren helpt je daar alvast graag bij.

Al in het buitenland? De ervaring leert dat lokale skiverhuurwinkels je bindingen graag — in ruil voor een fooi — afstellen. Belangrijk is het dan wel om eerlijk te zijn over je gewicht en je skikunsten.

Gratis advies?

Of gebruik ons contactformulier.